De Tasmaanse duivel, ook wel buidelduivel genoemd, leeft op Tasmanië. Oo
it
leefde hij in heel Australië, maar 600 jaar geleden is hij daar waarschijnlijk
uitgestorven na de invoer van de dingo, de Australische wilde hond. Hij leeft
in droge bossen, maar komt ook wel eens in voorsteden. Het is het grootste roofbuideldier
en heeft dan ook nauwelijks natuurlijke vijanden op Tasmanië. Zijn grootste
vijand is de mens.
De Tasmaanse duivel is 's nachts actief. Overdag slaapt hij in een hol tussen
rotsblokken en onder boomstronken of in gaten van holle bomen. Hij heeft geen
vaste slaapplaats of territorium. 's nachts jaagt hij op lammeren, wombats,
wallaby's, vogels, reptielen, vissen, amfibiën en insecten, maar hij eet ook
veel aas. De Tasmaanse duivel is een erg vraatzuchtig dier. Toen er ooit een
uit de dieren
tuin
van Sydney ontsnapte had hij 54 kippen, 6 ganzen, een kat en een albatros gegeten.
Hij eet zijn prooi letterlijk met huid en haar op: hij eet ook botten en de
vacht van zijn prooi. Soms zijn er vele dieren te zien die van dezelfde prooi
eten. Soms eten ze ook planten.
De voortplanting duurt van april tot en met mei. Het vrouwtje krijgt na vier weken, in mei of juni, 2 tot 4 jongen. De jongen worden 7 tot 8 maanden gezoogd. Als ze twintig weken oud zijn verlaten ze voor het eesrt de buidel.Als het vrouwtje op jacht gaat laat ze haar jongen tijdelijk in de steek. Ze worden dan vaak door dingo's gegeten en vroeger ook door dingo's een uitgestorven roofbuideldier die nog groter was dan de Tasmaanse duivel. Na twee jaar zijn de jongen geslachtsrijp. Ze kunnen acht jaar oud worden.
De Tasmaanse duivel is 57 tot 65 cm lang, zijn staar is 24 tot 28 cm lang en hij weegt 4 tot 9 kg.