De witwangwallaby leeft in Oost-Australië. Hij leeft er in heuvelachtige gebieden met eucalyptus en gras.
Vanwege zijn smalle staart wordt hij ook wel zweepstaartwallaby genoemd. Oof werd hij vroeger 'Captain Cook's wallaby' genoemd, naar zijn ontdekker.
De witwangwallaby eet dunhalmig, maar breedbladig gras, dat daarom ook wel 'kangoeroegras' wordt genoemd. Ook eet hij varens. De wallaby's leven in groepjes van 2 tot 10 dieren. Samen gaan ze op zoek naar voedsel. Witwangwallaby's hoeven nooit te drinken omdat ze al voldoende vocht uit hun voedsel halen.
Ze zijn in tegenstelling tot andere wallabysoorten niet alleen 's nachts, maar ook overdag actief. Alleen in de heetste uren van de dag hebben ze een rustpauze. In de namiddag zijn ze weer actief. Witwangwallaby's worden bedreigd door mensen, dingo's en besmettelijke ziekten.
Het vrouwtje is bij een leeftijd van 18 tot 24 maanden geslachtsrijp, het mannetje bij een leeftijd van 24 tot 30 maanden. De mannetjes vechten tegen elkaar om een vrouwtje. Na een draagtijd van 36 dagen krijgt het vrouwtje een jong. Daarna duurt de draagtijd in de buidel nog eens 8 maanden. Wanneer het jong de buidel verlaat, krijgt het vrouwtje een nieuw jong. Het oude jong blijft dan nog 15 maanden bij zijn moeder. Het jong kan 18 jaar oud worden.
Het mannetje is 92 cm lang, zijn staart is 105 cm lang en hij weegt 20 tot 25 kg. Het vrouwtje is 76 cm lang, ze heeft een staart van 86 cm en ze weegt 11 tot 15 kg.