De Bennett-wallaby leeft in Oost-Australië en Tasmanië. Ook leeft hij in Groot-Brittanië waar ze ongeveer 50 jaar geleden uit een dierentuin wistente ontsnappen. Daar kon hij overleven omdat hij een dikkere vacht heeft dan andere kangoeroeachtigen. Hij leeft er in de graslanden. Daarom wordt hij ook wel 'bush-wallaby' genoemd.
De Bennett-wallaby is pas laat in de middag actief. Hij kan gevaar goed horen en ruiken. Hij eet planten: onder andere taaie grassen, kruidachtige bladeren en bladeren. Meestal zoekt hij met zijn familiegroep naar voedsel. Zo'n groep heft geen leider.
Als een Bennett-wallaby 14 tot 19 maanden oud is, is hij geslachtsrijp. De paartijd duurt het hele jaar. Na een draagtijd van 30 tot 40 dagen krijgt het vrouwtje een nog nauwelijks ontwikkeld jong dat nog geen gram weegt. Het jong blijft dan nog 40 weken in de buidel van zijn moeder. De moeder heeft verschillende tepels: tepels met vetarme melk voor een pasgeboren jong en tepels met een vetrijke substantie voor een ouder jong. Een paar maanden na zijn geboorte begint het jong al gras te eten. Het jong kan 12 tot 15 jaar oud worden.
De Bennett-wallaby kan 90 cm lang worden en zijn staart is 65 tot 90 cm lang. Hij weegt tot 27 kg.